Softmarkers. Loopt u maar even mee.

87f36bed832b317fd062141955588f99Softmarker: een abnormaliteit die wordt waargenomen bij de foetus op de 20 weken echo, die een indicatie kan zijn van een verhoogd risico dat de baby Down Syndroom of een andere chromosoomafwijking heeft, maar die op zichzelf staand waarschijnlijk weinig of geen betekenis heeft.

 

 

Dokter X gebruikt het woord alsof ik het al vaker gehoord heb. “Er zijn drie softmarkers gevonden op de echo, mevrouw,” zegt hij, en hij kijkt er zorgelijk bij. Op het scherm van de oude computer die in een verlaten kamertje op de afdeling gynaecologie van het Academisch Ziekenhuis Maastricht staat, wijst hij met zijn pen de indicatoren aan, die voor hem ongetwijfeld vanzelfsprekend laten zien dat het niet goed is. Ik kijk er vluchtig naar, maar ik heb er geen idee van wat hij precies bedoelt. Ik kan niet meer lezen en niet meer denken. Een kwartier geleden was alles nog goed met mijn kindje.

Dokter X heeft een indringende blik, die bijna te indringend is, zodat het moeilijk is om in zijn ogen te blijven kijken. Hij krabbelt wat op een notitieblok, om nog eens uit te tekenen wat er mis is, en hij staart me onderzoekend aan, alsof hij verwacht dat ik nu een samenhangend antwoord zal gaan geven. Ik kijk weg. Ik zie de wijzers van de klok tikken. De tijd die altijd maar doortikt, wat er ook gebeurt. Het is bijna half twaalf. Ik kijk weer terug in Dokter X’ ogen, maar ik wil zijn ongerustheid en zijn medeleven niet zien. Mijn huid wordt koud, mijn mond wordt droog en ik wil hier weg. Weg uit dit vreselijk kamertje, weg van dokter X. ‘Ik heb hem eerder gezien,’ denk ik en ik probeer me te herinneren of hij het was die me twee jaar geleden in ditzelfde kamertje een boekje met de titel “Verlies van uw zwangerschap” in mijn handen drukte. “Ik heb u de vorige keer ook gezien, hè?” vraagt dokter X, alsof hij mijn gedachten kan lezen. “Weet ik niet meer,” lieg ik. ‘Houd alstublieft op met praten,’ bedoel ik. Hij schuift me een pak papier toe, gekopieerd uit een boekje dat “Vruchtwaterpunctie” heet. “Het laten doen van een vruchtwaterpunctie is natuurlijk uw eigen keuze, er bestaat weliswaar een risico van 0.5%-1% op het verliezen van uw zwangerschap, maar ja mevrouw, uw risico op een kindje met een afwijking wordt nu hoger geschat dan dat,” verklaart dokter X. En erachteraan vertelt hij me dat ik snel moet beslissen, want als het dan echt mis is, kan ik de zwangerschap nog afbreken voor 24 weken. “Ik maak vast een afspraak voor die punctie, denkt u er maar even rustig over na in het weekend. Houd u taai. Goedemiddag.” “Dag, dokter X.”

Eerder die ochtend, om acht uur, meldde ik me bij het Transmuraal Vrouwen Dagcentrum in het AZM. Omdat ik sinds het begin van mijn zwangerschap intensief gecontroleerd word, medicatie slik en omdat er naast de drie-wekelijkse controles bij de gynaecoloog, elke maand gekeken wordt of de staat van de bloedtoevoer naar mijn baarmoeder, mijn bloeddruk en de groeicurve van het kindje nog verantwoord zijn voor ons beider gezondheid. Ik had me er zo druk om gemaakt, de 20 weken echo die na het bloedonderzoek zou volgen, want bij de 20 weken echo in 2012, toen ik zwanger was van Sam, kwam er op dat moment aan het licht dat het niet goed met hem ging, dat hij een groeiachterstand had door onvoldoende bloedtoevoer naar mijn baarmoeder. Een falen in mijn lijf waar ik voor mijn zwangerschap nog niet van op de hoogte was. De reden dat hij te vroeg geboren werd, en na vijf weken hard vechten overleed. “Maar deze keer gaat dat goed”, dacht ik alleen maar. “Nu is het beter. Nu gaat het goed komen. Sam is gewoon bij ons. En nu sta ik onder controle, slik ik medicatie, nu komt het goed.”

En toen kwam dus dokter X met zijn softmarkers.

Drie softmarkers die zouden kunnen wijzen op, nee in ieder geval in combinatie met elkaar een zeer verhoogd risico indiceren op een chromosoomafwijking bij het kindje. “Waar moet ik dan aan denken,” zou ik dokter X in het kamertje aarzelend vragen, hopend op een concreet antwoord zodat in elk geval de rondtollende gedachten in mijn hoofd zouden verdwijnen. “De bekendste is natuurlijk Down, maar er zijn vele soorten chromosoomaandoeningen,” zou dokter X antwoorden en daarmee zou hij mijn gedachten alleen nog maar meer aan het tollen brengen.

Het was dokter Y die even tevoren in de echokamer de metingen had uitgevoerd. Toen hij na ongeveer een half uur meten en observeren klaar was, reikte hij mij een doekje aan, en terwijl ik het plakkerige echo-apparaat spul van mijn buik veegde, draaide hij zich om naar dokter X. Ze hielden een kort overleg, dokter X en dokter Y, gewoon terwijl ze zo naast mij stonden. Alsof ik er niet was, gebogen met hun hoofden bijna tegen elkaar, haast fluisterend, alsof ze een geheim deelden waar ik niets van mocht weten. Maar toen wist ik het dus eigenlijk al. En toen ik mijn kleren weer recht had getrokken en toch nog enigzins hoopvol naast het bed stond te wachten op: “Alles ziet er goed uit, mevrouw,” toen zei dokter Y dus: “Loopt u maar even met dokter X mee naar het kamertje.” Alsof je veroordeeld bent voor de guillotine en je vriendelijk verzocht wordt je hoofd op het hakblok te leggen. “Loopt u maar even mee naar het kamertje.”

**

Vanochtend om negen uur, toen ik weer in de wachtkamer zat van de afdeling gynaecologie, zag ik dokter Y. Hij liep door de gang met een kop koffie in zijn hand, zijn witte jas langs zijn lijf zwiepend. Hij glimlachte vrolijk en hij groette mij. In afwachting van mijn opvolgecho, zo vier dagen na de shock van het kamertje, was ik zowaar blij dokter Y weer te zien en ik vroeg me af of dokter X ook al aanwezig was. Ik wilde dat ze zo gauw mogelijk nog maar eens gingen meten. ‘Drink je koffie, roep dokter X en schiet op,’ sommeerde ik dokter Y in gedachten en ik hoopte dat hij mijn gedachten op een of andere frequentie had opgevangen.

“Hallo,” glimlachte dokter Z, nadat ze de deur van de echokamer open zwierde. Ze wees mij de weg naar het bedje en legde een bemoedigende hand op mijn schouder. “Ik hoorde het, je zal wel geschrokken zijn,” vervolgde ze. “Dat ben ik,” zei ik. “Laten we maar nog eens gaan kijken,” zei ze, terwijl ze het plakspul over mijn onderbuik verdeelde.

Dokter Z is mijn gynaecologe. Ik was nog blijer haar te zien, dan dat ik al was toen ik dokter Y zag.

Maar het allerblijste was ik dat ik mijn kindje weer zag. Daar kan geen dokter tegenop. Daar kan helemaal niks tegenop. Als ik mijn kindje zie, nu nog in mijn buik, is voor heel even niets anders meer belangrijk.

“Ziet er allemaal goed uit,” hoorde ik dokter Z zeggen tegen de assistente die de meetgegevens op de computer invoerde. “Ik vermoed dat dokter Y een meetfoutje heeft gemaakt. Dat kan wel eens gebeuren. Er zijn nog wel softmarkers, het is niet helemaal zorgeloos, maar we houden je in de gaten, ik zou het risico van een punctie niet nemen, over drie weken weer controle. Doe maar rustig aan.”

**

Nu ben ik me er heel goed van bewust dat ik zonder de medische wetenschap waarschijnlijk nooit meer een kindje zou kunnen krijgen. Doordat ik medicijnen slik die mijn lichaam zo ondersteunen dat het in staat is, of in elk geval een betere kans heeft om een zwangerschap zo ver uit te dragen dat ik een gezond kindje in mijn armen mag houden. Daar ben ik uiteraard erg gelukkig mee.

En hoewel ik vind dat een ieder zijn eigen keuze moet kunnen maken over zwangerschap, binnen de grenzen van de wet en ethiek, die daarvoor zijn, zou ik geen abortus gepleegd hebben, niet als mijn kindje Down zou blijken te hebben en ook niet als ik zou weten dat ik het weer verliezen zou.

Maar dokter Y. Even onder ons. U kende mijn geschiedenis niet, en u wist ook niet wie ik ben en al helemaal niet wie Sam is en u wist dus ook niet hoe ik zou denken over abortus. Dat u handelt zoals u moet handelen, in rationeel overleg met dokter X, op basis van die meetwaarden, wanneer u denkt dat mijn kindje een afwijking zou kunnen hebben, dat kan ik begrijpen. Begrijp me niet verkeerd, ik heb respect voor uw kunde. Maar een meetfoutje dat een indicatie afgeeft die zo verontrustend is?

Zeer waarschijnlijk, als ik het aan de glimlach op uw gezicht afmeet en de nonchalante manier waarop u met uw witte jas zwiept, ik zou me kunnen vergissen, maar ik denk dat de kans groot is, ik schat de kans zelfs met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid groter van wel dan van niet, dat uw weekend gezellig en relaxed was. Dat van mij daarentegen, was op zijn zachts gezegd op de grens van ten einde raad en ik weet het allemaal echt niet meer. Door uw meetfoutje.

Ik vraag me af of u zich daar bewust van bent. Ik betwijfel het.

**

Een indicatie, een risico, een kans. Punctie, bloedtest, onderzoeken, verlies, abortus, afwijking, wettelijke termijn. U ziet cijfers, meetwaarden, statistieken. U heeft medische handelswijzen, verplichtingen, protocollen.

Maar dokter, ik voel leven. Ik zie mijn kindje. Mijn mooie kindje. En voor mij is het perfect.

**

Natuurlijk. Het is nog niet helemaal zorgeloos, dat weet ik wel, dat besef ik, maar mijn hoop is weer terug. Dus ik ben blij.

Ik ben zwanger! 🙂 21 weken en 4 dagen vandaag.

❤ ❤ ❤

So my pretty baby, just keep smiling & shining with me

Hope

Hope-is-definitely-not

**

“You said, remember that life is
not meant to be wasted,
we can always be chasing the sun.
So fill up your lungs and just run
but always be chasing the sun.”

Allerzielen

7cf7b3a3631e33127b5e5331fb92fba3

Lieve mama,

Hoewel je zelden naar sci-fi films kijkt, wil ik je deze laten zien. Het is geen toeval dat je hem hebt uitgekozen, al weet je nog niet waarom. Je verwacht een spaceshuttle crash in de ruimte en veel geweld en tegenslag op weg terug naar aarde. En verder weinig bijzonders. En daar houd je helemaal niet van, dat weet ik. Je zou voor jezelf vast weer iets luchtigs met Hugh Grant hebben gekozen om je gedachten af te leiden, maar daar kijkt je vriend niet naar. Wel naar sci-fi, en deze is met George Clooney, dus dat is een goed compromis.

Je zal zien waarom; deze film is namelijk niet wat het lijkt. Het is een metafoor. De crash en de strijd op weg naar vaste grond onder je voeten.

Ryan (Sandra Bullock) verloor haar dochtertje, Sara, voordat ze astronaut werd. Matt (George Clooney), haar collega-astronaut, bemoedigt haar en helpt haar, maar hij overleeft het niet. Terwijl hij wegdrijft in de ruimte praat Ryan tegen hem.

Het zit zo…

Je hebt twee opties:
doodgaan of
doorgaan, zolang het je gegeven is.
Zo simpel is het.

Dus wat ik je wil zeggen, want je weet, toeval bestaat niet, is dit:

Geef niet op!

Je kan het, mama, want ik ben bij je.

Sam ♡

Vroeg of laat

**

Wanneer ik in je ogen kijk,b_68

ben ik zoals jij.

Zo jong als je bent.

Ik schreef jouw tekst

en later wordt jij mij.

 

Wanneer ik in je ogen kijk,

ben ik zoals jij.

Zo oud als je bent.

Jij schreef mijn tekst

en vroeger was jij mij.

 

Alleen tussen

vroeg of laat

schrijf ik zoals mij.

**

 

Herfst

**

Wanneer de dagenhartman-background-herfst

korter worden en

de bladeren

niet meer zomers

warm, groen

maar geel, rood

langzaam stervend

ten gronde gaan.

 

Wou ik dat de belofte

van kale takken, winters

bevroren, wit

lijdzaam bevangen

door sneeuw

en sterfelijkheid

simpelweg

niet zou bestaan.

 

Maar als straks

de lente komt.

 

Onvermurwbaar

verraden, jouw bestaan

dat zonder zomer

voorbij is gegaan.

**

 

 

 

 

 

 

 

Gerbera

Flower_art_DT027Dit zijn bloemen, gerbera’s. Ze hebben elk een stevige steel, een solide kern, omringd door talloze kleine blaadjes met daar omheen talloze grote blaadjes. Deze zijn roze, allemaal net niet dezelfde kleur roze, maar allemaal een mooie kleur roze. Je hebt ze ook in paars of wit of oranje. Ze ruiken fris en zoet. Hun vormen zijn niet gelijk, de lengte van de blaadjes ook niet en sommigen hebben een grotere kern dan anderen.

Er is niemand die ooit heeft bedacht dat ze zo moeten zijn. Ze zijn ontstaan, gegroeid uit een zaadje, dat in de grond zat, zonder dat iemand ze heeft verteld hoe dat moest en ze hadden ook geen voorbeeld nodig van hoe ze moesten worden. Ooit zijn ze ontdekt door een meneer, toen ze ergens op aarde groeiden en die heeft ze toen gerbera’s genoemd. Ondertussen weten we hoe bloemen groeien, wat er voor nodig is, welke processen er gebeuren terwijl ze groeien, we hebben er een naam aan gegeven en we kunnen het proces beïnvloeden. Maar aanvankelijk groeiden ze uit zichzelf, en ze zullen dat ook blijven doen zonder dat wij ze aanraken.

Sommige gerbera’s komen tot bloei en leven lang, en anderen niet. Sommigen staan in de vrije natuur, en anderen staan in bakken bij AH, tussen rozen en tulpen en later staan ze in een vaas.

Hoe dan ook, het zijn geen rozen of tulpen, dat zullen ze nooit zijn. En dat willen ze ook niet zijn. Het zijn gerbera’s. Maar ze hebben niet eens een naam nodig om er te zijn. Ze zijn er gewoon, zo lang ze leven. Kleurrijk, krachtig en precies zoals ze bedoeld waren. Door wie dan ook.

 **

De Tijd

Wanneer hij ’s avondsfajb_time_travel_01_jan2014

als het licht uit

gaat

de warme deken

over mij

slaat

denk ik altijd even

aan de tijd

die komen gaat.

 

Omdat hij nooit stilstond

en altijd voorbij ging

dus allicht niet

op zich wachten laat.

 

 

 

 

 

Vorige Oudere items

%d bloggers liken dit: